counter on tumblr
 

4 - Voet aan wal

06-07-2021

Eerst nog even een nagekomen berichtje van gisteren. Het blijkt dat er een Bonte Vliegenvanger aan boord was die zelfs even echt naar binnen is gevlogen. Eerst de Kaapverdische Mussen, nu een Bonte Vliegenvanger…..what’s next? Schots Sneeuwhoen?

Vandaag mochten we in Aberdeen doorbrengen. Toen we weer om een uur of zes aan dek stonden, lagen we voor de haven in afwachting van de loods. Opletten dus want hier huist een groep Tuimelaars. De scheepsarts die toch nog wat eerder aan dek was, had er inmiddels twee gezien. Maar dat geluk was ons niet gegund. Wel konden we behoorlijk wat Zeekoeten, Alken, Papegaaiduikers, Jan van Genten en ook een Noordse Pijlstormvogel noteren. Bij het binnenvaren van de haven kwamen daar onder andere Rouwkwikstaart, Oeverpieper en Kuifaalscholver bij.

We hadden verwacht een dag op eigen gelegenheid in Aberdeen door te moeten brengen, maar de zorgen van de reder bleken verder te reiken. Gisteravond werden ons drie mogelijkheden geboden. Option 1 bleek de mogelijkheid om inderdaad op eigen gelegenheid Aberdeen te verkennen, option 2 bood een gegidste rondwandeling bij de haven (en daarna kon je ’s middags alsnog naar de stad) en wie voor option 3 koos, werd met een bus eerst naar een natuurgebied zo’n 20 km ten noorden van Aberdeen gebracht en kon ’s middags een bezoek brengen aan Dunnottar Castle ten zuiden van Aberdeen. Gezamenlijk kozen wij voor option 3 omdat deze de beste kansen op aardige vogelwaarnemingen leek te bieden.

De keuze bleek een goede. Na het maken van een lunchpakket en het afhandelen van enige douaneformaliteiten stapten wij om 9 uur in de bus. Na een half uurtje bereikten we Forvie, een wat slufterachtig gebied net achter de zeereep. Al vanuit de bus wist één van de altijd oplettende Inezia-gangers de medereizigers te attenderen op een Visarend die boven het gebied vloog. Eenmaal uit de bus (wij dus, niet de Visarend) gaf de vogel een prachtige show weg. De eerste twee duiken waren weinig succesvol, maar bij de derde duik bleek er een forse vis in de klauwen die met moeite uit het water getrokken werd. Degenen die de Visarend in de gaten hadden gehouden (een ander deel van de groep was reeds aan de wandeling begonnen) zagen hem daarna fantastisch mooi overvliegen en sommigen konden er ook fraaie foto’s van maken. De wandeling was ook verder zeer onderhoudend. Onder andere Eidereend (die hier volop broedt), Grote Stern, Visdief, Dwergstern, Geelgors en Roodborsttapuit konden op de lijst worden gezet. Ook een juveniele Dwergmeeuw wist niet aan onze waarneming te ontkomen.

Ook Dunnottar Castle bleek de moeite waard. De uiterst bloedige geschiedenis gaat terug tot ergens in de 17e eeuw maar daar leent dit blog zich wat minder voor. De omgeving was in ieder geval adembenemend. Het kasteel staat op een wat verder in zee uitstekende klif die met een smalle landengte met het vasteland verbonden is. Onze aandacht ging natuurlijk vooral weer uit naar de vogels. Veel nieuwe soorten konden we niet aan onze lijst toevoegen (hoewel Grote Gele Kwikstaart toch wel een aardige was) maar de Noordse Stormvogels die langs de kliffen broeden trokken de aandacht, in het bijzonder van de fotografen onder ons. Op de terugweg zagen we nog kortstondig een Hermelijn die hier, met alle broedende zeevogels, ongetwijfeld een aantrekkelijke plek gevonden had.

Rond vieren waren we weer bij de Plancius terug. Het daaropvolgende uur nam het aantal passagiers met ongeveer een derde toe met Engelsen en Amerikanen die zich nu ook bij ons voegden. Tegen half zes voeren we de haven uit en dat was natuurlijk weer opletten, want onze herkansing voor de Tuimelaars. En die hebben we volkomen benut: voor en naast het schip sprongen de Tuimelaars op uit het water, ons in een euforische stemming achterlatend.

En nu, na een uitgebreid diner met door de ramen van de dining room zicht op vele Alken, Zeekoeten, Jan van Genten en regelmatig opduikende Bruinvissen, zijn we op weg naar de Shetland-eilanden. Morgenochtend worden we reeds vroeg aan het ontbijt verwacht om meteen daarna op Fair Isle te kunnen landen. We zijn meer dan benieuwd.

Vanaf de Plancius, 58º,04” Noorderbreedte, 01º37” Westerlengte,

Hendrik Jan Dijkerman

Geplaatst op: 11 juni 2013


Reacties

add
Er zijn nog geen reacties op deze blog...