Reisverslag North Atlantic Odyssey 2024
  • Tijdens de reis
  • 5 juni 2024
  • Willem Visser

Plancius dag 11 “Een extra laagje blubber is dat niets voor ons?”

Vandaag staat allereerst een landing op het eiland Prins Karls Forland op het programma. Ook hier ligt een behoorlijk stukje Nederlandse geschiedenis. Het eiland werd voor het eerst gezien door Willem Barentsz in 1596. In 1612 deed Willem Cornelisz van Muyden het eiland aan tijdens zijn eerste en niet bijster succesvolle tocht ter walvisvaart naar Spitsbergen. Hij noemde het eiland Kijn Eiland, naar zijn ladingmeester, die een steile heuvel probeerde te beklimmen, zijn evenwicht verloor, naar beneden stortte en zijn nek brak.
Wij blijven tijdens onze landing veilig laag bij de grond op de zandpunt Poolepynten, waar we van een grote afstand al Walrussen hebben zien liggen. De landing is fris te noemen, maar veel succesvoller dan die van Van Muyden in 1612. De Walrussen liggen rustig op het strand, maar Roodkeelduikers, baltsende Paarse Strandlopers en langsvliegende IJseenden vermaken ons. Als er vervolgens ook nog twee Walrussen op zeer korte afstand langs komen zwemmen en nieuwsgierig de koppen uit het water steken om te bekijken wie we zijn en wat we doen, kan de ochtend niet meer kapot.

Hoe het is vergaan met die Van Muyden, zult u zich nu waarschijnlijk bezorgd afvragen? Met hem is alles goed gekomen. Hij verving de Engelse loods Sallowes (continue dronken en niet geremd door enige kennis van het gebied) van zijn reis in 1612 door ervaren Baskische walvisjagers uit St. Jean de Luz. Hij kwam in dienst van de in 1614 opgerichte Noordsche Compagnie en reeds in 1621 bewoonde Van Muyden een groot huis op het Rapenburg om een jaar later een wel zeer riant onderkomen te betrekken op de Keizersgracht. Zijn bijnaam De Eerste Walvisvanger geeft een beeld hoe de man zijn grote vermogen bij elkaar sprokkelde.


In de middag doen we een zodiac-tocht in een kleine baai met de naam Ymerbukta. De baai die uitmondt in de Isfjorden, is slechts zo’n zes kilometer lang en wordt vanuit het noorden gevoed door de gletser Esmarkbreen. Een behoorlijk groot deel van de baai is nog bedekt door een dikke laag ijs. Het voorjaar lijkt in deze hoek van Spitsbergen nog mijlen ver weg. We varen langs Eidereenden, zien vechtende Koningseiders en een prachtig koppel IJseenden. Zwarte Zeekoeten en ook enkele Walrussen komen eens een kijkje nemen bij onze Zodiacs. Ver weg, aan de voet van de gletsjer, zien we enkele Baardrobben liggen, vlak naast hun vluchtgaten in het ijs.

Al met al een prima tocht, maar door de stevige wind slaan geregeld ijskoude golven in de zodiac. Het wordt daarom een ware arctische ervaring en onze gedachten dwalen af naar de luierende Walrussen op Poolepynten. Ze liggen lui te chillen in ijskoude omstandigheden, door hun dikke blubberlaag beschermd tegen de extreme omstandigheden. Voor even is dat een jaloersmakende gedachte, heerlijk warm zo’n blubberlaagje, is dat niets voor ons? Maar ja, dan moet je weer een nieuwe garderobe aanschaffen en op stranden pakweg 2000 kilometer zuidelijker van hier is het eerlijk gezegd geen gezicht. Een hete douche helpt natuurlijk ook prima tegen enkele vierkante meter kippenvel en lekker opgewarmd, melden we ons in de avond voor het laatste diner aan boord  en de als vanouds gezellige afscheidsborrel in de lounge.

Tot morgen!


0 Reacties

Er zijn nog geen reacties.