Poesta
Deze drie dagen staan vooral in het teken van uilen en spechten: Zwarte Specht, Drieteenspecht, Witrugspecht, Grijskopspecht en Middelste Bonte Specht zijn redelijk algemeen, net als de dagactieve Dwerguil die hier regelmatig bovenop een naaldboom zit. Oehoe en Ruigpootuil komen ook veel voor, maar omdat zij met name ‘s nachts jagen, zijn ze vaak lastiger te zien. We bezoeken onder meer de Chočské heuvels nabij Dolný Kubín en het Mala Fatragebergte.
Tijdens onze wandelingen in het bos loont omhoog kijken vaak de moeite met overvliegende Steenarenden, Schreeuwarenden, Wespendieven en Haviken.
Op één van de ochtenden gaan we op zoek naar Rotskruiper, mits er een actief nest in de buurt is.
Andere soorten die we hier kunnen tegenkomen zijn onder andere Vuurgoudhaan, Kuifmees, Beflijster, Notenkraker, Kleine Vliegenvanger, Fluiter en Kruisbek. Het stuwmeer is ook vaak de moeite waard met soorten als Parelduiker, Roodhalsfuut en regelmatig een onverwachte soort. Het kleinere Besenovastuwmeer is rijk aan eenden, steltlopers en sterns terwijl geregeld Steenarend, Schreeuwarend en Zeearend waargenomen kunnen worden.
We laten de bergen achter ons en rijden naar de noordelijke uitlopers van de Hongaarse Poesta. Onderweg rijden we door de Hoge en Lage Tatra en stoppen we bij het spectaculaire Spissky Kasteel. Als we de Karpathen achter ons laten, wordt het landschap langzaam meer open en komen Grauwe Klauwier en Wielewaal in beeld.
Ons hotel ligt bij een meertje dat veel door vissers gebruikt wordt. In en rond het meer zijn Kwak, IJsvogel, Zomertortel, Sperwergrasmus, Wielewaal, Grauwe Klauwier en Appelvink te vinden.
Een belangrijke stop vormen de Senné visvijvers. Deze visvijvers zijn een belangrijke stopplaats voor trekkende watervogels en steltlopers en kunnen deels worden overzien vanaf een uitkijktoren. Senné kan zich weliswaar niet meten met de Hongaarse Hortobagy, maar hier kunnen we de soorten veel dichterbij zien omdat de visvijvers niet zo groot zijn als in Hortobagy.
De visvijvers en een aantal overwoekerde meertjes vormen een belangrijk moerasgebied waar soorten als Roodhalsfuut, Roerdomp, Purperreiger, Lepelaar, Witoogeend, Witwangstern, Witvleugelstern, Zeearend, Grote Karekiet, Baardman, Roodmus, Buidelmees, Zwartkopmeeuw, Dwergaalscholver, Steltkluut en soms ook Roze Spreeuw voorkomen en vaak redelijk eenvoudig gezien kunnen worden. Steltlopers op hun weg naar hun broedgebieden in het noorden gebruiken Senné als laatste stopplaats voor ze de bergen overvliegen. Regelmatig zorgen de visvijvers voor verrassende soorten!
Het oosten van Slowakije deelt veel soorten met het naburige Hongarije. Langs de rivier de Bodrog bezoeken we een afgesnoerde rivierarm met rietvelden en een fraai hardhoutooibos met abelen en eiken. Dit bos is rijk aan spechten zoals Middelste Bonte Specht, Syrische Bonte Specht, Grijskopspecht en Zwarte Specht terwijl we ook een kans hebben om Withalsvliegenvanger te zien. Verder bezoeken we een stukje puszta op de grens met Hongarije. Hier is komen soorten als Duinpieper, Hop, Bijeneter en Kleine Klapekster voor.
Ten zuiden van Michalovce wordt het landschap helemaal vlak en komen we in grootschalige landbouwgebieden waar we onder andere Zwarte Ooievaar, Keizerarend, Sakervalk, Schreeuwarend, Boomvalk, Slangenarend en Roodpootvalken kunnen vinden. Onze lokale gids heeft contact met plaatselijke vogelaars die vaak goed op de hoogte zijn en weten waar we deze soorten kunnen vinden.
Eén van onze vaste stopplaatsen is een steengroeve waar we broedende Oehoes, Tapuit, Boomleeuwerik, Nachtzwaluw, Slangenarend en Bijeneters kunnen vinden. Bijeneters zijn algemene broedvogels in dit gebied en we proberen een goed toegankelijke broedkolonie te vinden, waar we de vogels goed kunnen zien zonder ze te verstoren.
Vier overnachtingen in Viničky.